Plan:
Binnenstad
Status:
vastgesteld
Plantype:
ex art. 10 WRO beheer/ontwikkeling
IMRO-idn:
NL.IMRO.02430000BP00001-
Artikel 10 Centrum detailhandel

1 Bestemmingsomschrijving

De op de plankaart voor 'centrum detailhandel' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • detailhandel en dienstverlening, uitsluitend op de begane grondlaag, dan wel, in voorkomend geval, op de aangegeven verdieping;
  • wonen, uitsluitend op de verdiepingen boven de begane grondlaag;

alsmede voor:

  • parkeren, uitsluitend op of boven peilniveau;

en daarnaast, uitsluitend op de begane grondlaag, en in voorkomend geval op de aangegeven verdieping, voor:

  • kantoren, uitsluitend voor zover de gronden nader zijn aangeduid met 'kantoor';
  • horecabedrijven, uitsluitend voor zover de gronden nader zijn aangeduid met 'horeca';
  • een galerie, expositieruimte, ruimte voor het houden van lezingen of een museum, uitsluitend voor zover de gronden nader zijn aangeduid met 'maatschappelijk';
  • dienstverlening, uitsluitend voor zover de gronden nader zijn aangeduid met 'dienstverlening';

en voor:

  • wonen op de begane grondlaag, uitsluitend voor zover de gronden nader zijn aangeduid met 'wonen';

een en ander met de bijbehorende:

  • tuinen en erven;
  • bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
  • speel- en groenvoorzieningen;
  • verkeersvoorzieningen.

Onder het doel 'wonen':

  • is de uitoefening van het aan huis verbonden beroep mede begrepen, met dien verstande dat niet meer dan 50% van het gezamenlijke bruto vloeroppervlak van de tot een bouwperceel behorende gebouwen, tot een maximum van 75 m≤ voor de aan huis verbonden werkactiviteit mag worden gebruikt;
  • is gebruik van de kelder anders dan als opslagruimte annex bergruimte, niet begrepen.

Het doel 'horecabedrijven' is beperkt tot:

  • de categorie(Žn) zoals aangegeven op de plankaart en de bij deze regels behorende 'Staat van horeca-activiteiten';
  • de bouwla(a)g(en) en/of kelder(s) die per afzonderlijk horecabedrijf op de plankaart is, dan wel zijn aangegeven.

De begane grondlaag is mede bestemd voor de ontsluiting van bovengelegen woningen.

Voor zover functies zijn toegelaten door middel van een nadere aanduiding, geldt deze aanduiding voor het gehele bouwperceel.

2 Bouwregels

  1. Het bouwen van gebouwen dient te geschieden met inachtneming van het bepaalde in artikel 5 en de onderstaande bepalingen.

  1. Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels:
    1. uitsluitend mag worden gebouwd binnen het deel van een bouwvlak dat niet is aangegeven met 'te bebouwen erven';
    2. de breedte mag niet meer bedragen dan 10 m.

  1. Voor het bouwen van bijgebouwen en aan- en uitbouwen gelden de volgende regels:
    1. uitsluitend mag worden gebouwd binnen het deel van een bouwvlak dat is aangegeven met 'te bebouwen erven';
    2. de gezamenlijke oppervlakte per afzonderlijk bouwperceel mag niet meer bedragen dan het op de plankaart aangegeven percentage op de tot het bouwperceel behorende gronden die nader zijn aangeduid met 'te bebouwen erven', met inachtneming van de op de kaart aangegeven scheidingslijnen;
    3. de goothoogte van een aan- of uitbouw mag niet meer bedragen dan de hoogte van de begane grondlaag van het hoofdgebouw waartoe het bijgebouw of de aan- of uitbouw behoort, vermeerderd met ten hoogste 0,25 m;
    4. de bouwhoogte van een aan- of uitbouw mag niet meer bedragen dan de goothoogte van het hoofdgebouw waartoe de aan- of uitbouw behoort.

  1. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende bepaling:
    1. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 2,5 m, met dien verstande dat erfafscheidingen geen grotere hoogte mogen hebben dan 2 m en vlaggenmasten geen grotere hoogte mogen hebben dan 6 m.

3 Ontheffing van de gebruiksregels

Burgemeester en wethouders kunnen, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:

  • de cultuurhistorische waarden;
  • de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
  • de woonsituatie;
  • de milieusituatie;

met inachtneming van het bepaalde in artikel 4.8 van de Algemene wet bestuursrecht, ontheffing verlenen van:

  1. het bepaalde in lid 1 en toestaan dat de verdiepingen worden gebruikt voor niet voor het publiek toegankelijke ruimten voor ondersteunende bedrijfsfuncties, zoals opslag, magazijn, kantoor, sanitair, kantine, met dien verstande dat deze bevoegdheid uitsluitend van toepassing is indien voldoende is aangetoond dat de verdieping blijvend ongeschikt is voor bewoning.
  2. het bepaalde in lid 2, sub b, onder 2 en toestaan dat ten hoogste twee panden worden samengevoegd tot ťťn.

4 Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders kunnen, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:

  • de cultuurhistorische waarden;
  • de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
  • de woonsituatie;
  • de milieusituatie,

de bestemming wijzigen, in die zin dat:

  • aan de begane grondlaag van een of meerdere afzonderlijke bouwpercelen de bestemming 'centrum wonen' wordt toegekend, indien de detailhandels- of dienstverleningsfunctie is of wordt beŽindigd, waarbij het bepaalde in artikel 8 van overeenkomstige toepassing wordt verklaard;
  • ten aanzien van de begane grondlaag van een of meerdere afzonderlijke bouwpercelen de functie 'horecabedrijf, categorie 1' wordt toegekend door toevoeging van de aanduiding 'horeca'.

5 Sloopvergunning

  1. Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning (sloopvergunning) van burgemeester en wethouders de ontsluiting vanaf de begane grond van woningen op de verdieping te verwijderen, te slopen of ongedaan te maken;
  2. De sloopvergunning wordt geweigerd indien niet wordt voorzien in een alternatieve bereikbaarheid van de woningen op de verdieping.