Plan:
Binnenstad
Status:
vastgesteld
Plantype:
ex art. 10 WRO beheer/ontwikkeling
IMRO-idn:
NL.IMRO.02430000BP00001-
Artikel 11 Centrum maatschappelijk

1 Bestemmingsomschrijving

De op de plankaart voor 'centrum maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • maatschappelijke voorzieningen;
  • kantoren, uitsluitend voor zover de gronden nader zijn aangeduid met 'kantoor', in voorkomend geval op de aangegeven verdiepingen;
  • molen, uitsluitend voor zover de gronden nader zijn aangeduid met 'molen',

alsmede voor:

  • parkeren, uitsluitend op of boven peilniveau, met dien verstande dat tevens parkeren onder peil is toegestaan indien en voor zover de gronden nader zijn aangeduid met 'parkeergarage';

een en ander met de bijbehorende:

  • tuinen en erven;
  • bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
  • speel- en groenvoorzieningen;
  • verkeersvoorzieningen.

Voor zover functies zijn toegelaten door middel van een nadere aanduiding, geldt deze aanduiding voor het gehele bouwperceel.

2 Bouwregels

  1. Het bouwen van gebouwen dient te geschieden met inachtneming van het bepaalde in artikel 5 en de onderstaande bepalingen.

  1. Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels:
    1. uitsluitend mag worden gebouwd binnen het deel van een bouwvlak dat niet is aangegeven met 'te bebouwen erven';
    2. voor zover de gronden nader zijn aangeduid met 'parkeergarage' mogen de goot- en/of bouwhoogten ten behoeve van het doel 'parkeren' niet meer bedragen dan de bestaande goot- en/of bouwhoogten.

  1. Voor het bouwen van bijgebouwen en aan- en uitbouwen gelden de volgende regels:
    1. uitsluitend mag worden gebouwd binnen het deel van een bouwvlak dat is aangegeven met 'te bebouwen erven', met dien verstande dat aan- en uitbouwen ook daarbuiten zijn toegelaten;
    2. de gezamenlijke oppervlakte per afzonderlijk bouwperceel mag niet meer bedragen dan 50% van de tot het bouwperceel behorende gronden die nader zijn aangeduid met 'te bebouwen erven', met een maximum van 50 m≤;
    3. de goothoogte van een aan- of uitbouw mag niet meer bedragen dan de hoogte van de begane grondlaag van het hoofdgebouw waartoe het bijgebouw of de aan- of uitbouw behoort, vermeerderd met ten hoogste 0,25 m;
    4. de bouwhoogte van een aan- of uitbouw mag niet meer bedragen dan de goothoogte van het hoofdgebouw waartoe de aan- of uitbouw behoort.

  1. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende bepaling:
    1. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 2,5 m, met dien verstande dat erfafscheidingen geen grotere hoogte mogen hebben dan 2 m.

3 Ontheffing van de bouwregels

Burgemeester en wethouders kunnen, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:

  • de cultuurhistorische waarden;
  • de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;
  • het straat- en/of bebouwingsbeeld;
  • de verkeersveiligheid;
  • de woonsituatie;
  • de milieusituatie;

met inachtneming van het bepaalde in artikel 4.8 van de Algemene wet bestuursrecht, ontheffing verlenen van het bepaalde in lid 2, sub a, jo. artikel 5 lid 2, sub b, ten behoeve van het vergroten van de maximale goothoogte voor het schoolgebouw aan de Bongerdsteeg 1-3, met dien verstande dat de goothoogte niet meer mag bedragen dan 7,5 m.

4 Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders kunnen, mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:

  • de cultuurhistorische waarden;
  • de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden;
  • de woonsituatie;
  • de milieusituatie;

de bestemming wijzigen, in die zin dat aan de begane grondlaag van een of meerdere afzonderlijke bouwpercelen de bestemming 'centrum wonen' wordt toegekend, indien de maatschappelijke functie is of wordt beŽindigd, waarbij het bepaalde in artikel 8 van overeenkomstige toepassing wordt verklaard.